Jurassic Sparknotes: Bijna een paradijs (Jurassic Park)

Michael Crichtons boek Jurassic Park (1990) is een van de meest verduurde boeken in m'n collectie. Ik herlees het twee keer per jaar en moet elke keer vaststellen hoe briljant het verhaal is opgebouwd. In 2000 kreeg ik het boek als 10-jarige cadeau van m'n moeder voor Kerstmis, dus ik zal het ondertussen zo'n 40 keer hebben gelezen. In deze reeks bekijken we de verschillende hoofdstukken in de diepte.





Proloog: Bijna een paradijs



Het is juli. We volgen de Bowmans, die op vakantie zijn in Costa Rica en vandaag het Biologisch Reservaat Cabo Blanco bezoeken. Vader Mike Bowman is een projectontwikkelaar uit Dallas, z'n vrouw heet Ellen, en hun dochtertje heet Christina (Tina). Het gezin is op zoek naar een verlaten strand om de dag door te brengen. Op een gegeven moment schiet er een klein zwart ding over de weg, maar het diertje kan niet worden geïdentificeerd. Het gezin arriveert uiteindelijk op een drie kilometer lang wit strand, volkomen verlaten. Dochtertje Tina gaat al snel op verkenning, op zoek naar een luiaard, en op een gegeven moment ziet ze drietenige vogelsporen. Niet lang daarna hoort ze getsjilp en geritsel, waarna een hagedis tussen de mangrovewortels uit komt om naar haar te kijken. De hagedis staat rechtop op zijn achterpoten, is nauwelijks groter dan een kip, en springt op een gegeven moment op Tina's uitgestoken hand. Het hoofdstuk eindigt met Mike en Ellen die hun dochtertje horen schreeuwen.

Reacties

Populaire posts